titel is definitie historiek

 

 

wat is karate?

Karate is een Japans woord dat rond 1935 in omloop is geraakt. Het betekent letterlijk lege (kara) hand (te).
Voor die tijd noemde men op Okinawa (meest zuidelijk gelegen eiland van Japan) de vechtkunst “China Hand”. Vaak gebruikte men ook de term ‘kempo” om te verwijzen naar China waar de oorsprong van de vechtkunst ligt. Maar toen deze vechtkunst meer en meer Japans van karakter werd, besloot men om ze op een Japanse manier te gaan schrijven: : “karate”, lege hand.
Deze benaming is ontstaan doordat karate oorspronkelijk een vorm van zelfverdediging was uitgevoerd zonder wapens (met lege hand). Het systeem lijkt op een soort boksen, waarbij men gebruik maakt van handen en voeten en bestaat hoofdzakelijk uit afweren en ontwijken van een aanval en tegenaanval door stoten, slagen of stampen. De drie aspecten van karate, namelijk zelfverdediging, lichaamscultuur en sport, zijn allen gebaseerd op dezelfde fundamentele technieken.
Zelfverdediging is de oudste betekenis van karate, dat als zodanig reeds honderden jaren bestaat en uit China stamt. Eeuwenlang werden de technieken van vader op zoon overgedragen en pas de laatste jaren is men deze oude technieken grondig gaan bestuderen en verbeteren. Als zelfverdedigingsmethode heeft karate het voordeel dat de bedreigde door stoten en stampen steeds een afstand tussen hem en de aanvaller kan bewaren, zodat lichamelijk contact vermeden wordt.
Karate is bijzonder geschikt als lichaamscultuur, omdat het alle spieren van het lichaam leert beheersen, zowel van de linker- als van de rechterzijde, wat niet van elke sport gezegd kan worden. Het is een zeer goede manier om zowel geestelijk als lichamelijk in conditie te blijven.
Een karate-ka (beoefenaar van karate) maakt gebruik van zijn natuurlijke wapens zoals, handen, armen, voeten, benen, lichaam en intelligentie.
Naast het feit dat karate een uitstekende verdedigingskunst is, is het bovendien een ideale oefen- en trainingsvorm.
Karatetraining ontwikkelt kracht, snelheid, lenigheid, uithoudingsvermogen, coördinatie en waakzaamheid en is ook bekend om zijn therapeutische waarden.
Op het eerste gezicht ziet karate er als sport gevaarlijk uit, maar aangezien het hoofdprincipe erin bestaat de aanvallen te controleren, kan dit gevaar tot een minimum herleid worden. Wedstrijdgevechten eisen van de deelnemers dan ook kundig gebruik van handen en voeten, afweertechnieken, verplaatsingen, timing, afstandhouden, tactiek enz.
Bij Shotokan Karate ligt de nadruk op de correcte uitvoering en controle van de technieken.
Daardoor is de kans op blessures minimaal (veel minder dan bij andere vechtsporten of bijvoorbeeld balsporten).
Beheersing van technieken, lichaam en geest zijn belangrijke aspecten waaraan tijdens de training veel aandacht wordt besteed.
Het uiteindelijke doel van karate is geen nederlaag of overwinning, maar het verbeteren van het karakter van de beoefenaar.

historiek
Gichin Funakoshi Sensei Funakoshi Sensei in 1935
foto foto

Volgens de legende is karate ongeveer 2000 jaar geleden in China ontstaan. In deze tijd leefde er een Indische monnik Daruma Taichi geheten, die in het klooster van Chaolin-Zsu de boedhistische leer onderwees . Zijn onderwijs en tucht waren echter zo streng, dat de leerlingen allen het bewustzijn verloren . Daruma wilde dit voorkomen en stelde daartoe een soort fysiologische techniek samen , die zijn leerlingen lichamelijk en geestelijk moest sterken en hen zou beschermen op verre reizen .
Later kregen deze monniken de naam de geweldigste vechters van China te zijn en werd de stijl van zelfverdediging die ze beoefenden , Chaolin-Zsu, tempelboks of Kempo genoemd .
Aangezien China en Okinawa (het zuidelijkste eiland van Japan) van oudsher bindingen met elkaar hadden, duurde het niet lang of deze zelfverdedigingstechniek drong ook door tot Okinawa , waar het gecombineerd werd met een methode van vuistvechten en de naam Okinawa-Te kreeg . Toen ongeveer 500 jaar geleden een koning aan het bewind kwam ( Hashi , van de Okinawa Sho-dynastie ), die alle wapendracht verbood , kwam het ongewapende gevecht tot grote ontwikkeling Pas omstreeks 1920 demonstreerde een inwoner van Okinawa deze verdedigingstechniek voor het eerst in het openbaar in Japan . Zijn naam was Gichin Funakoshi. Hij werd in 1868 in Shuri , Okinawa geboren.
Op elf jarige leeftijd beoefende hij reeds karate onder leiding van grootmeesters uit die tijd .
Er waren twee grootmeesters (O-Sensei) die zich over hem ontfermden en hem grondig de vechtkunst aanleerden. Van de eerste, Yatasune Azato leerde hij Shuri-Te ( Shuri-vuist) en van de tweede, Yatsune Itosu leerde hij Naha-Te (Naha-vuist).
Toen hij zichzelf een meester kon noemen werd het Okinawa-Te ofwel het moderne Japanse Karate gevormd .
Deze techniek werd in Japan snel populair en in 1948 werd de Japan Karate Associatie (JKA) opgericht met Gichin Funakoshi aan het hoofd , waardoor karate een snelle technische vooruitgang boekte . Bovendien maakte deze organisatie het mogelijk voor de meesters om hun krachten te bundelen. Dit leidde tot de huidige vorm van karate in zijn drie aspecten van zelfverdedigingstechniek , lichaamscultuur en sport .
Toen meester Gichin in april 1957 stierf , telde zijn kunst reeds duizenden aanhangers. Die zorgden ervoor dat karate over de hele wereld werd verspreid . Gichin Funakoshi mag dan ook werkelijk als de vader van het moderne karate beschouwd worden .